Dierenarts Dr. John Woudstra: ‘Een wild dier hoort niet alleen in een klein hokje’

16 september 2019

Als dierenarts bij een dierentuin behandelde Dr. John Woudstra de meest exotische dieren: van olifanten tot pelikanen en wallabies. Hoe bijzonder hij die dieren ook vindt, inmiddels behandelt hij alleen nog honden en katten. ‘Want’, zegt dr. John, ‘een wild dier hoort in zijn natuurlijke habitat.

Wat motiveert jou als dierenarts?

'Van nature ben ik een echte probeemoplosser en daar ligt eigenlijk mijn drive bij de zorg voor dieren: uitvogelen waar het leed bij het dier vandaan komt en dat snel en adequaat oplossen. Veel klachten zijn te wijten aan de manier waarop dieren worden gehouden. Dat zag ik zowel bij dieren die in huiskamers worden gehouden als dieren in de dierentuin. 

Ik had veel geluk dat ik na mijn studie bij een dierentuin aan de slag kon. Samen met mijn jaargenoot schreef ik mijn afstudeeronderwerp over hygiëne in dierentuinen. Na mijn afstuderen ging ik bij een collega werken wier man bij een dierentuin werkte. Zo kon ik na een paar maanden net-afgestudeerde dierenarts voor gezelschapsdieren ook aan de slag als dierentuindierenarts! Een kleine kans met maar zeven dierentuinen in Nederland en wel 3000 artsen.'

Als dierentuinarts werkte John Woudstra onder andere met tijgers

Welke problemen kwam je als dierenarts tegen bij het behandelen van dierentuindieren?

‘Tijdens mijn werk als dierentuindierenarts zag ik gedragsproblemen bij wilde dieren, veroorzaakt door een leven in gevangenschap. Vooral de roofdieren en grote herkauwers vertonen in een dierentuin vaak stereotiep gedrag, zoals weven of circuitlopen. Dit was altijd toe te schrijven aan te kleine leefruimte, te weinig afleiding in de toch vrij saaie verblijven en weinig tot geen soortgenoten om mee samen te leven. Die ruimtebeperking was bij bijna alle dieren een probleem. Het leidde regelmatig tot vervelende situaties. Zo verwondden de wallabies zich soms aan het gaas van de omheining van de weide waar ze moesten leven, omdat het gebied zoveel kleiner is dan hun natuurlijke leefomgeving. Ook heb ik meegemaakt dat een olifantenmannetje tijdens de musth periode (waarin hij seksueel actief is en veel agressiever) zo gefrustreerd was, dat hij zijn verblijfruimte wilde slopen, en kans liep zichzelf te verwonden. 

Sommige dieren hadden niet zo’n volledig omheind verblijf en moesten we ‘behandelen’ om ze op hun plek te houden. De pelikanen werden bijvoorbeeld allemaal geleewiekt. Leewieken is het amputeren van een deel van de vleugel, waardoor ze niet weg kunnen vliegen vanuit hun verblijf, maar wel vrij rond kunnen lopen en zwemmen. Triest, maar nodig om de dieren te kunnen tentoonstellen.’

Een van de olifanten die John Woudstra behandelde in de dierentuin

Niet alleen bij de dierentuin kwam je in aanraking met wilde dieren. Ook in je praktijk heb je wilde dieren behandeld. Zag je bij deze dieren dezelfde problemen als bij dierentuindieren?

‘In mijn eigen praktijk kreeg ik regelmatig baasjes met exotische dieren op spreekuur. Van vogels tot slangen. Zo kwamen er regelmatig eigenaren langs met papegaaien die zichzelf kaalplukten. Dat komt bijna altijd door verveling. Deze dieren zijn er namelijk niet voor gemaakt om alleen in een kooi te zitten. Ook zag ik vaak papegaaien en andere zogeheten kromsnavels, die verkeerde voeding kregen of problemen met hun nagels hadden doordat de inrichting van de kooien niet goed was. Te lange nagels kunnen zelfs afbreken, met een teenbreuk, bloeding of een pootbreuk tot gevolg. Te dunne of juist te dikke zitstokken veroorzaken weer voetzoolproblemen en door de verkeerde plaatsing van de kooi kunnen zelfs luchtwegklachten optreden.

Ook bij reptielen zag ik vaak problemen. Velen beweren dat goed eten en voldoende warmte genoeg is voor zo’n dier, maar dan ga je voorbij aan natuurlijk gedrag, partnerkeuze (ook al is het maar periodiek), nesteldrang, eileggedrag, jachtinstinct enzovoorts.’

Wat maakt het houden van een exoot anders dan een gedomesticeerd dier?

‘Een exoot, ofwel wild dier, is heel anders dan een hond of kat. Honden en katten leven al eeuwen bij mensen en laten zich makkelijker behandelen. Honden en katten snappen waar ze thuishoren en komen altijd weer terug op het honk. Ook is het veel makkelijker om deze dieren de juiste voeding te geven. Honden zijn alleseters, dus die kunnen veel verschillende soorten voeding eten zonder klachten te krijgen. Een papegaai of slang moet leven van wat het dier aangeboden krijgt door z’n baasje en dat is niet altijd voldoende. Zelfs een strikte fruiteter krijgt in het wild wel eiwitten van dierlijke oorsprong binnen, zoals een vliegje op het fruit. In gevangenschap krijgen ze dit vaak niet. Als baasje kun je je dier dus een eenzijdig en onvolledig dieet geven zonder dat je het beseft!’

Waarom heb je ervoor gekozen om nu alleen honden en katten te behandelen?

‘Na mijn dierentuinwerk heb ik ook nog een tijdje als invaldierenarts proefdieren behandeld. Deze dieren werden zo actief mogelijk gehouden door kooiverrijking. Dat doen ze -ook in dierentuinen- vooral al erg goed bij de apensoorten, waar ze voer verstoppen om te laten bewegen en bezig te houden met zoeken. Op veel plekken hebben wilde dieren die verrijking niet of niet genoeg - bijvoorbeeld bij exotische huisdieren maar ook bij veel andere bedrijven die dieren tentoon stellen of gebruiken, zoals het circus. Ook apen die in -op zich diervriendelijke proeven zaten vertoonden gezondheids- en gedragsproblemen. Voor mij was het lastig om nog langer continu dieren met dezelfde gedragsproblemen te zien, zoals de kaalplukkende vogels en te lange tanden bij konijnen, gestresste apen en te weten dat dit wordt veroorzaakt door de manier waarop de grote meerderheid van deze dieren gehouden wordt en er nauwelijks iets aan gedaan kon worden. 

Naast dat leed, ben ik ook gestopt met het behandelen van exotische dieren op mijn eigen praktijk, omdat je al snel te weinig up-to-date kennis en handigheid meer hebt om ze goed te behandelen. Ook dat was voor mij een reden om tien jaar na mijn vertrek bij de dierentuin alleen nog maar honden en katten te behandelen.’

Inmiddels behandelt John Woudstra enkel nog honden en katten

Hoe zie je de toekomst van exotische dieren die in Nederland als huisdier worden gehouden?

Een positieflijst (dieren die op deze lijst staan mag je houden, de rest alleen met een speciale vergunning) is een begin en wellicht een goede overgangsperiode om uiteindelijk helemaal te stoppen met het houden van exoten, zou ik zeggen. De echte oplossing is om ze niet te houden, want een wild dier hoort niet alleen in een veel te klein hokje. Het kennisniveau van de meeste eigenaren over wat wilde dieren nodig hebben, is vaak te laag. En zelfs als zij veel kennis hebben, kan er niet aan de natuurlijke behoeften van het dier worden voldaan door ruimtegebrek of de aard van het dier. Wat heeft een slang aan jouw liefde en aandacht?’

Deel het met de rest van de wereld:

WhatsApp