Het rampjaar 2019

31/12/2019

In november haalde één koala drie keer het wereldnieuws. De eerste keer omdat hij werd gered uit de bosbranden die Australië teisteren. Vervolgens omdat hij een stroom aan donaties op gang bracht. Tenslotte omdat hij twee weken later toch nog aan zijn brandwonden overleed.

Toch roept het massale medelijden met Lewis, zoals het zwartneuzige buideldier werd gedoopt, een gevoel van onbehagen op. Is dit geen geval van hypermetropie, verziendheid? Terugkijkend op 2019, vond de veel grotere ramp niet plaats in onze eigen achtertuin?

Uiteraard, Lewis stond voor iets groters. Hij stond voor de honderden, ongeziene koala’s die bij de branden zijn omgekomen. Sterker nog, hij was slachtoffer van branden waarvan de ongekende schaal een verklaring vond in de verandering van het wereldwijde klimaat – en werd daarmee de belichaming van onze collectieve schuld. Niettemin, het gebeurde op veilige afstand, aan de andere kant van de wereld. Maar hoe staat het bij ons? Nu, aan het eind van 2019, kunnen we in Nederland de balans opmaken van de brandslachtoffers híér. Naast de circa dertig mensen die jaarlijks door brand opkomen, prijken daar dit jaar zeker 176.000 dieren op die door stalbranden het leven lieten. Laat dit cijfer op je inwerken. Honderdzesenzeventigduizend kippen- en varkensversies van Lewis, warmbloedige, sociale dieren gevangen in stallen zonder enige kans daaruit te ontsnappen, levend verbrand of verstikt door rook.

Het is een kolossale schending van de zorgplicht voor dieren waaraan de Nederlandse wet mooie woorden besteedt, maar waaraan geen adequate acties worden verbonden. Het is een drama van een omvang die je doet duizelen – en die misschien om die reden niet werkelijk beklijft: te groot om te bevatten, te verschrikkelijk om je echt in te denken. En dus stoppen we het weg, verbannen we het uit onze gedachten, richten we ons medelijden kortstondig op een koala zeventienduizend kilometer verderop, gaan we over tot de orde van de dag. Het ministerie en de politiek hebben het onderwerp ondertussen in een poldermatig ‘actieplan stalbranden’ geparkeerd dat al zeven jaar loopt zonder voor een daling in het jaarlijkse aantal brandslachtoffers te hebben gezorgd.  

Toch hoeft het niet zo moeilijk te zijn. Verhoging van de brandveiligheid is namelijk primair een kwestie van geld. En ook zonder met een draaiende camera een biggetje uit een brandende stal te redden en het dier een naam te geven, valt dat geld best te organiseren. Zo bepleit de True Animal Protein Price-coalitie een bescheiden toeslag op vlees die ten goede komt aan een fonds van waaruit maatregelen betaald kunnen worden om de Nederlandse veehouderij diervriendelijker te maken. Jaarlijks zou dit fonds boeren met miljoenen euro’s kunnen steunen om brandmelders te kopen, bluswaterfaciliteiten aan te leggen en sprinklers te installeren (die in de zomer ook hittestress bij de dieren kunnen helpen bestrijden).

En, vanzelfsprekend,  vanuit het fonds zou veel méér betaald kunnen worden om de transitie naar een duurzaam voedselsysteem te bekostigen. De stikstofcrisis kan ermee worden opgelost en de biodiversiteit verbeterd. De klimaatimpact van de voedselproductie kan ermee worden verminderd. Het kan helpen gezondere eetpatronen te stimuleren en gezondheidskosten te laten dalen. Bovendien, niet onbelangrijk in deze tijd, het voorstel biedt perspectief voor de boeren. De ramp dat we in ons land dit jaar 176.000 dieren levend hebben laten verbranden is op zichzelf een schande, het is eveneens – net als de boerenactivisten die amok maken – symptoom van een voedselsysteem dat onhoudbaar is. In 2020 is politieke daadkracht nodig om daar wat aan te doen.

Dirk-Jan Verdonk

Directeur World Animal Protection Nederland en auteur van het recent verschenen boek Dierloos (uitgeverij Athenaeum).