WSPA tegen plan om walvisquota te verhandelen

16 januari 2012

In het laatste nummer van Nature publiceren drie wetenschappers een artikel onder de titel ‘Wetenschap in gesprek: een commerciële aanpak om walvissen te redden’. Daarin stellen zij een systeem voor waarbij landen vergunningen krijgen om een bepaald aantal walvissen te vangen.

In theorie zouden die vergunningen onder belanghebbenden verhandeld kunnen worden , zodat ‘klanten’ in het ene land – regeringen, walvisjagers, milieugroepen en anderen die zich de handel kunnen veroorloven – de vergunningen van walvisjagers in andere landen zouden kunnen opkopen. 
In hun voorstel suggereren de auteurs dat  de voor soortbehoud gelimiteerde vergunningen worden uitgegeven door de Internationale Walvisvaart Commissie.  Cristopher Costello en Steve Gaines van de Universiteit van Californië, Santa Barbara, en Leah Gerber van de Arizona Staatsuniversiteit in Tempe zijn ”ervan overtuigd dat het zou kunnen werken”, aldus Costello, die zegt dat hij positieve reacties heeft gekregen van de walvisjacht en van milieuorganisaties. 

Walvissen hebben gevoel en bewustzijn

WSPA kritiseert het voorstel omdat het voorbij gaat aan een fundamentele waarheid: dat walvissen bewuste, intelligente dieren zijn die een langzame en pijnlijke dood sterven als ze geraakt worden door de exploderende harpoenen van de walvisjagers. 

Claire Bass, voorvrouw van WSPA’s Oceanen Campagne, stelt: “Dit voorstel is gebaseerd op de achterhaalde notie dat walvissen niet meer dan goederen zijn  - zoals tarwe of rijst – die verhandeld en geruild kunnen worden. De walvisjacht is wreed, achterhaald en onnodig. Het laatste wat de walvissen kunnen gebruiken is een initiatief dat de uitstervende walvisjacht laat herleven en dat andere landen aanmoedigt om die te zien als een aantrekkelijke manier om geld te verdienen. Walvissen hebben intrinsieke waarde.”

De wetenschappers schatten dat de walvisjacht jaarlijks 31 miljoen dollar winst oplevert, terwijl  milieuorganisaties ongeveer 25 miljoen dollar kwijt zijn aan campagnes tegen de walvisjacht. Dat geld zou effectiever zijn als het gebruikt zou worden om vergunningen van walvisjagers op te kopen, argumenteren Costello en zijn collega’s.  Het prijskaartje zou kunnen lopen van 13.000 dollar voor een  dwergvinvis tot 85.000 dollar voor een gewone vinvis, rekenen ze voor.

Geld beter naar alternatieven

“Het zou veel beter zijn als de aandacht van wetenschappers, economen en regeringen zich zou richten op projecten die de walvissen behouden en beschermen”, zegt Bass.  “In commerciële termen  kun je niet beter doen dan de groeiende belangstelling voor walvis kijken te ondersteunen, het meest diervriendelijke en lucratieve gebruik van walvissen in de 21e eeuw.”   

Verwante artikelen:

  • Walvisjacht of walviswelzijn
  • Eerste Japanse walvisjacht in 2011

Deel het met de rest van de wereld:

WhatsApp