Verslag uit de VS: Het startpunt van de moderne vleesindustrie

09/05/2018

Een blog van Dirk-Jan Verdonk, Hoofd Campagnes

In de moderne vleesindustrie worden dieren voornamelijk behandeld als dingen, als producten. Maar waar is dat eigenlijk begonnen? Het antwoord is: in Chicago in 1865. Daar openden toen industriële slachthuizen, de Union Stock Yards.  

Lopende band

De slachthuizen van Chicago waren een noviteit. Het slachtproces gebeurde letterlijk aan de lopende band. De dieren werden opgetakeld via een door een stoommachine aangedreven wiel. Vervolgens werden ze aan een rails door het slachthuis geleid. Elke tien seconden was een nieuw varken dit lot beschoren.    

‘Ze waren zo buitengewoon levend,’ schreef de Britse schrijver Ruyard Kipling aan het eind van de negentiende eeuw over dit continue bedrijf, ‘en vervolgens waren ze zo buitengewoon dood, en de man in de druipende, klamme, hete doorgang leek het niets te kunnen schelen, en eer het bloed van een dier was opgehouden op de vloer te schuimen, nog een, én vier van zijn vrienden met hem, hadden gegild en waren gestorven.’

.embed-container { position: relative; padding-bottom: 56.25%; height: 0; overflow: hidden; max-width: 100%; } .embed-container iframe, .embed-container object, .embed-container embed { position: absolute; top: 0; left: 0; width: 100%; height: 100%; }

The Jungle

Een andere schrijver, Upton Sinclair, schreef in 1906 een geruchtmakende roman over de slachthuizen, The Jungle. Daarin wilde hij met name de slechte arbeidsomstandigheden aan de kaak stellen, maar hij had ook oog voor de dieren:

‘Het was alles zo zakelijk dat men het gefascineerd bekeek. Het was varkensvlees maken met machines, varkensvlees maken met toegepaste wiskunde. En toch, zelfs de meest nuchtere persoon ontkwam er niet aan te denken aan de varkens; ze waren zo onschuldig, ze kwamen zo vol vertrouwen; en ze waren zo menselijk in hun protest – en zo geheel in hun recht! Ze hadden niets gedaan om dit te verdienen; en wat de zaak nog erger maakte was zoals het hier gedaan werd, hen omhoog takelen in deze koelbloedige, onpersoonlijke manier, zonder zelfs maar de schijn van een excuus, zonder het eerbetoon van een traan. Nu en dan huilde een bezoeker, zeker, maar de slachtmachinerie draaide door, bezoekers of geen bezoekers. Het was als een verschrikkelijke misdaad uitgevoerd in een kerker, alles ongezien en veronachtzaamd, begraven, uit het zicht en uit het geheugen.’

Het miljardste dier in de Union Stock Yards. Foto: Art Insitute of Chicago

Centrum van de vleesindustrie

Aan het eind van de negentiende eeuw was Chicago uitgegroeid tot het onbetwiste centrum van de vleesindustrie. Gaandeweg de twintigste eeuw verloor het die positie. In 1971 sloten de deuren van de Union Stock Yards. Tegenwoordig is er weinig meer dat herinnert aan dit verleden. Eigenlijk alleen de uit 1879 daterende toegangspoort van de Union Stock Yards is bewaard gebleven. Een in onbruik geraakt spoorlijntje is nog een overblijfsel van de tientallen kilometers spoor die dit gebied doorkruisten en via welke jaarlijks vele miljoenen dieren werden aangevoerd, op weg naar hun dood.

Een dier is (g)een product

De ironie is dat het verdwijnen van de Union Stock Yards symptoom was van een vleesindustrie die explodeerde. Begin jaren 1950, toen de leegloop van de Stock Yards in volle gang was, produceerde de Verenigde Staten zo’n tien miljoen ton vlees per jaar. Momenteel is die productie ruim verviervoudigd tot meer dan veertig miljoen ton vlees.

De Amerikaanse vleesindustrie ziet dieren nog altijd overwegend als producten. En Nederlandse banken - Rabobank voorop - investeren er miljarden euro’s in. Daarbij is geen of nauwelijks oog voor dierenwelzijn. Dat kan anders. Roep samen met ons de banken op diervriendelijk te investeren. 

Stuur de banken een oproep

Het dagelijkse leven van moedervarkens

varkens, vleesproductie, intensieve veehouderij, moederdag

Wereldwijd worden er miljarden varkens in de veehouderij gehouden. Hoewel steeds meer bedrijven hogere dierenwelzijnsnormen hanteren, leeft de ruime...