Wilde dieren – geen producten

De wereld worstelt sinds eind vorig jaar met de corona-pandemie. Wilde dieren en het coronavirus zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. COVID-19 sprong vermoedelijk op een markt in China van een wild dier over naar de mens. De markt speelde sowieso een grote rol bij de verspreiding van het virus. Een ding is zeker: dit willen we nooit meer. Maar de oplossing ligt niet alleen in China. Om dit te voorkomen, moeten we overal ter wereld onze omgang met dieren veranderen.  

Hoewel niet precies vaststaat welk dier de veroorzaker is van de uitbraak van COVID-19, weten we een ding wel heel zeker: het contact tussen mens en (wilde) dieren kan leiden tot grote virusuitbraken. Zo komt 60 procent van de opkomende infectieziekten van wilde dieren. Je zou dus denken dat wilde dieren een gevaar vormen, maar niets is minder waar: niet de dieren, maar wij mensen zijn het risico. 

Miljoenen wilde dieren worden al eeuwenlang gefokt en gevangen voor consumptie, om ze als huisdier te houden, voor entertainment, als luxeproduct en voor medicijnen. Dieren worden overal ter wereld – van China tot Nederland en van Amerika tot Zuid-Afrika, verhandeld alsof het producten zijn, en daarmee creëren wij als mensen een gevaar voor onszelf. De legale en illegale handel in wilde dieren is uitgegroeid tot een miljardenindustrie, waarin dieren worden uitgebuit op industriële schaal.

Het is een handel waarbij dieren opeen gepropt onder erbarmelijke omstandigheden worden gehouden. Dieren die ruw uit het wild worden gevangen – weg van hun familie en soortgenoten, of op grote schaal worden gefokt. Dieren worden op gruweltransporten gezet, waarbij de meeste het niet eens overleven. En dieren worden getemd, gedrogeerd en uitgehongerd om te gehoorzamen. Een schril contrast met een vrij leven in de natuur, waar ze horen.

We zijn dieren over de hele wereld steeds meer als verhandelbaar product gaan zien, in plaats van wezens met een intrinsieke waarde en gevoel. Inmiddels kennen we ook de keerzijde van die handel in wilde dieren: we weten welke risico’s (zoals de gebeurtenis bij Nederlandse nertsenfokkerijen) deze mee kan brengen voor onze eigen gezondheid en onze economie. Wilde dieren worden over de hele wereld gebruikt om ze te eten, te verwerken in medicijnen, ter vermaak of als huisdier te houden. Bekijk hier onze interactieve wereldkaart om een idee te krijgen hoe gevaarlijk en grootschalig de wereldwijde handel in wilde dieren werkelijk is. Als we stoppen deze dieren te verhandelen als producten, verkleinen we het risico op toekomstige pandemieën.

Verbod op commerciële handel in wilde dieren

Al jaren zetten we ons in om wilde dieren in het wild te houden – waar ze horen. Dat doen we bijvoorbeeld door met overheden om tafel te gaan voor betere wet- en regelgeving, door met de reisbranche diervriendelijke richtlijnen op te stellen en door mensen bewust te maken van het leed rondom de handel in wilde dieren, zodat de vraag naar wilde dieren en producten van wilde dieren afneemt. Nu roepen we de wereldleiders op tot een verbod op de commerciële handel in wilde dieren. Dat wil zeggen: de handel waarmee winst wordt gemaakt over de rug van dieren. Er zijn uitzonderingen en in sommige gevallen vinden we dat de handel in wilde dieren te rechtvaardigen is als er geen commercieel, maar een ander belangrijk doel mee wordt gediend. Bijvoorbeeld wanneer wilde dieren naar opvangplekken vervoerd moeten worden, voor behoud van biodiversiteit

Teken de petitie voor een verbod op de handel in wilde dieren, of lees hieronder verder op welke verschillende manieren wilde dieren worden verhandeld: over wilde dieren als huisdier, voor consumptie, als entertainers en als medicijn. Niet alleen overheden, maar ook wij zelf kunnen in actie komen om wilde dieren te beschermen: door geen wild dier in huis te nemen als exotisch huisdier, door geen wilde dieren te consumeren en vermaak met wilde dieren in gevangenschap te mijden.

Wilde dieren zijn geen huisdieren

Ball python

Een egel in je huiskamer, een python in een terrarium of een blauwgele ara in je volière: de handel in wilde dieren om ze als huisdieren te houden, is enorm. En ook hierachter schuilt leed, dat niet altijd even zichtbaar is. Zo overlijden veel dieren al voordat ze in een huiskamer belanden, bijvoorbeeld door transport. Dieren worden gefokt of uit het wild gehaald en verhandeld op beurzen, markten en online. Ook in Nederland overigens. Een erg populaire soort is de koningspython. Het is zelfs Afrika’s meest legaal verhandelde wilde dier. In 45 jaar zijn er vanuit West-Afrika meer dan drie miljoen koningspythons geëxporteerd naar Europa, Azië en de VS.

Het dier wordt vaak aangeprezen als een makkelijk te houden reptiel, maar niets is minder waar. Zijn dieet is specialistisch, de slang stelt veel eisen aan temperatuur en luchtvochtigheid en heeft ruimte nodig om zich helemaal te kunnen uitstrekken. Ook wordt vaak aangenomen dat het dier geen pijn kan voelen, terwijl de Engelse naam ‘ball python’ verwijst naar de manier waarop een koningspython zich oprolt als hij bang is of stress ervaart. Een leven in een terrarium is geen leven voor een slang. De enige plek waar het dier echt krijgt wat hij nodig heeft, is de vrije natuur. Het geldt overigens voor alle exotische huisdieren: dit zijn dieren die niet geschikt zijn voor een leven met mensen en die het beste gedijen in het wild. Of het nu gaat om gefokte dieren of dieren die uit het wild komen: het zijn en blijven wilde dieren. Daarom blijven we mensen voorlichten hierover en proberen we zo te vooromen dat mensen een wild dier als huisdier aanschaffen. Ook lobbyen we wereldwijd (ook in Nederland) voor betere wetgeving op het gebied van exotische huisdieren.

Wilde dieren zijn geen delicatesse

The endangered Indian pangolin

De markt in Wuhan, China, waar COVID-19 waarschijnlijk op de mens werd overgedragen, stond vol met op elkaar gestapelde kooien met wilde dieren erin. Deze dieren worden gefokt of uit het wild gevangen en verhandeld om als delicatesse te worden gegeten. Dit gebeurt niet alleen in China; deze markten vind je in meer Aziatische landen, bijvoorbeeld Indonesië. Het schubdier (of pangolin) is een dier dat je op markten in Azië kunt tegenkomen. Het schattig uitziende diertje is geliefd, maar niet vanwege zijn uiterlijk: het wordt gegeten en vaak gezien als een ware delicatesse.

Door de vraag naar schubdieren wordt de soort veelvuldig gestroopt en hierdoor ernstig met uitsterven bedreigd. De schubben van het dier worden ook gebruikt als decoratie of voor verwerking in traditionele ‘medicijnen’.

Bushmeat (vlees van wilde dieren, soms van beschermde diersoorten) zorgt in bepaalde landen nog steeds voor voedselzekerheid, het vlees is voor de lokale bevolking soms een belangrijke en enige bron van dierlijk eiwit.

Maar er worden ook vele dieren bejaagd om commercieel verhandeld te worden. Dit vormt een groot probleem. Effectieve regelgeving en handhaving ontbreekt, wouden worden leeggeroofd waardoor vele dierensoorten met uitsterven worden bedreigd. Niet alleen schubdieren, maar ook andere wilde dieren zoals chimpansees en gorilla's worden illegaal gestroopt voor hun vlees. Het vlees wordt veelvuldig verhandeld, omdat het in andere werelddelen veel geld oplevert. Zoals in Europa, waar je bushmeat nog steeds massaal illegaal wordt ingevoerd. Enorm verontrustend, niet allen omdat de diersoorten die hiervoor bejaagd worden al met uitsterven bedreigd worden, maar ook doordat met het vlees gevaarlijke ziekten kunnen worden geïmporteerd.

De enige oplossing hiervoor is strengere controles om deze illegale handel tegen te gaan en inzetten op gedragsverandering bij consumenten.

Wilde dieren zijn geen entertainers

dolfijnen in het wild

In Nederland mogen wilde dieren niet meer worden gebruikt voor shows. Leeuwen die door een brandende hoepel springen of een koorddansende olifant, kom je gelukkig niet meer tegen. Een uitzondering hierop zijn dierentuinen en dolfinaria, met als bekendste voorbeeld Het Dolfinarium in Harderwijk waar dolfijnen dagelijks worden gebruikt voor shows. Ruim 3000 dolfijnen worden over de hele wereld in dolfinaria gehouden, puur ter vermaak van mensen.

Hoewel er in Nederland nog maar weinig vermaak met wilde dieren mogelijk is, gaan toeristen in het buitenland graag op zoek naar opties om met wilde dieren in contact te komen. Zo zijn leeuwen in Afrika big business. Er bestaan parken waar je met leeuwenwelpjes kunt knuffelen of ‘vrijwilligerswerk’ kunt doen. Zodra de leeuwen ouder worden en te gevaarlijk voor het knuffelen, kun je als toerist als ‘excursie’ met de grote katachtigen wandelen. Grote kans dat deze dieren daarna in de canned hunting belanden, waar toeristen op ze mogen jagen. Ook na hun dood worden ze vaak nog gebruikt om geld aan te verdienen: Zuid-Afrika maakt het mogelijk om dode leeuwen naar Azië te vervoeren, waar ze worden verwerkt tot traditioneel ‘medicijn’.

Onze campagnes om entertainment met wilde dieren te stoppen, werpen hun vruchten af. Zo stopten veel reisorganisaties inmiddels met het aanbieden van olifantenritten en besluiten steeds meer organisaties geen kaartjes meer te verkopen voor vermaak met dolfijnen. Helaas zijn er nog honderdduizenden wilde dieren die over de hele wereld worden uitgebuit, hardhandig getraind en ingezet om er winst mee te maken. Doe daar dus niet aan mee.